China

 Hekou, 25 november
Dit is het laatste bericht uit China. We gaan vandaag de grens over naar Vietnam, ons tweede land.
Kunming was erg leuk om te zijn. Een prettige stad, mensen zijn heel relaxed, mooi weer, lekker buiten kunnen eten. Heerlijke ontspannen dagen na al het gedoe in Xinjiang.
Vanuit Kunming hebben we een paar hele mooie fietsdagen gehad. Eerst langs het Dianchi meer. Daar vindt veel bloementeelt plaats, zitten ook veel Nederlanders. En daarna een hele mooie dag langs het Fuxian meer. Dat is een van de grootste zoetwater meren in China, maar waar het vooral bekend om staat, is dat het het diepste en het schoonste is. De weg er omheen is ook erg mooi. Via Tonghai zijn we naar Jianshui gereden. Daar zijn we de vorige keer ook geweest en het was nog steeds een leuke plaats. Beide plaatsen hebben mooie Confusius-tempels. Na een klim vanuit Jianshui kregen we een fikse afdaling naar Yuanyang. Zodra we over de top van de pas waren, reden we de mist in en werd het koud. Het was daar goed vochtig en toen we aankwamen in Yuanyang leken we wel twee veldrijders. We zaten daar heel laag bij de Rode rivier. Lekker weer en lekker buiten kunnen eten. Maar daarna wat minder geluk met het weer. We wilden eigenlijk omhoog naar de rijstterrassen bij Xinjie, maar het weer werd erg slecht, regen en compleet dicht met wolken. We besloten om dan maar direct richting Hekou en de grens met Vietnam te rijden. Twee dagen langs de Rode rivier, lijkt een beetje op rijden langs de Mekong. Was jammer dat het twee dagen fietsen in de regen was.
We moesten in Hekou gisteren verplicht een dag blijven, omdat ons Vietnamese visum pas vandaag ingaat.
Een volgend verhaal dus vanuit het Vietnamese!

 Urumqi, 12 november
Welkom in de provincie Xinjiang. We controleren u, we checken u, we registreren u, we intimideren u, we maken u gek. Jemig, in wat voor een wereld zijn we hier beland? Dit is echt niet het beeld dat China naar buiten toe laat zien. Alle tankstations zijn gesperd. Er kan maar 1 wagen per keer op. Iedereen moet er uit. De wagen wordt doorzocht. Iedereen met legitimatie laten zien. Er mag er maar eentje in de wagen het terrein op en tanken en dat mag alleen met legitimatie. Wij mogen niet tanken, geen Chinees ID. Alle hotels hebben detectiepoortjes en scanners, restaurants, winkelcentra en zelfs markten ook vaak. Ze zitten met helmen en schilden, alsof de rellen zo gaan uitbreken. We zijn in een complete politiestaat terecht gekomen. Voelt niet geweldig. Zo gaat China om met een volk dat ze willen onderdrukken: de Uyguren. Tussen 2008 en 2014 zijn er aanslagen geweest en zo wordt dat afgestraft. In deze provincie zijn de Uyguren de grootste minderheid. Zijn moslim, zien er veel meer Centraal-Aziatisch uit dan Chinees, kleden zich ook zo en spreken een taal die verwant is aan het Turks. 
We zijn pas in Hami, net in het oosten van Xinjiang, maar de eerste indruk is niet dat de mensen het hier heel makkelijk hebben. Hami is zeker niet de rijkste plaats waar we doorheen gekomen zijn. Ook niet heel sfeervol, maar wel redelijk groen. De Uyguren en Han-chinezen wonen echt in verschillende wijken en buurten. De grote sprong voorwaarts moet hier nog plaats vinden. Nog genoeg armoede te vinden hier.
Vanuit Dunhuang zijn we naar Liuyuan gereden. Dat was een heel triest plaatsje. We mochten er wel slapen. En de mensen waren er wel heel vriendelijk. Maar alles oud, vervallen, leegstaand, je zou er depressief van worden. Daarna door naar Xingxingxia op de grens met Xinjiang, Daar begon het gecontroleer en de overmacht van aanwezige politie. Het plaatsje is niets, een uitgebreide truckstop met slaapplekken en shops. Maar op dat stuk woestijn zit er 230 kilometer niets anders.
Door naar Luotuojuanzi, mooie plaats namen hier. Het eerste plaatsje weer. Weer een kleine oase met veel bomen en katoenteelt. Wij zaten een uur op het politiebureau om ons te registreren. Ze willen vooral weten wat je gaat doen, waar je heen gaat. En gisteren door naar Hami: hier kwam de politie naar het hotel. Makkelijker voor ons............
Deze dagen door de woestijn waren niet heel spannend, af en toe hele mooie stukken, maar meestal saai. Laat wel zien hoe afwisselend een woestijn kan zijn. Maar dat wij onderweg de ongepelde pinda's die er liggen kapot gaan rijden, zegt genoeg over hoe spannend het is.
Het is hier nu winter. En ze houden dus echt niet van kou. In de hotels en eigenlijk overal wordt het dik boven de 20 graden gestookt. En met een centraal geregelde verwarming, worden we daar niet altijd blij van. Overdag hebben we de afgelopen dagen heel mooi fietsweer. In de ochtend heel fris, rijden we met winterkleren, maar als de zon doorkomt, pellen we lagen af en rijden we soms op een blouse. De wind is wel erg koud, heel fris.
Trouwens best geluk gehad met de wind, want Hami is berucht om zijn harde wind, maar die hebben we nog niet tegen gehad. Berucht om de wind, maar bekend om de meloenen. Die oogst is net voorbij. Maar natuurlijk hebben we die wel geprobeerd.
 
Hier wordt trouwens ook dezelfde tijd gehanteerd als in Beijing. We hebben korte dagen daardoor. Dat verschil is nu we zo richting het westen rijden goed te merken. Het wordt hier bijvoorbeeld anderhalf uur later licht dan in Chengdu.
 
Na Hami richting Turpan. De eerste dag binnendoor naar Sanbaoling. Dat was de eerste helft leuk. Allemaal dorpjes. We leken zo terug te zijn in Oezbekistan. Daarna werd het een grote zandbak. Maar wel met het Tian Shan gebergte op de achtergrond. De dag daarna wisten we dat we zouden kunnen slapen bij een truckstop. Wij daar even gekeken, maar zelfs Tibet is daar heilig bij. Ranzig, zelfs de matrassen rook je al. Dan dus kamperen. Er zijn alleen niet heel veel plekken hier, dus we belandden in een tunneltje onder de weg. Best een mooi plekje vonden we. Tot halverwege de nacht: storm recht op de tunnel. De tent klapperde bijna weg. En het werd geweldig koud, dus tunnel werd echt een trekgat. Niet te doen. In de ochtend werd het niet beter. Op de fiets hadden we de wind gelukkig van opzij, maar af en toe kon ik hem niet houden met een fikse windvlaag. Gelukkig hadden we hem niet voor!
Maar Xinjiang is arm. Dat is overal echt te merken. De huisjes, winkels, bestrating, wegen, allemaal lang zo goed niet als in bijvoorbeeld Gansu.
Twee fietsdagen later waren we in Turpan. Een leukere plaats dan Hami. Veel Uyguri. Turpan is de heetste plaats van China en ook de laagst gelegen plaats. Het ligt in een 'depressie'. Alleen was het nu niet heet, maar wel aangenaam. De plaats bekeken en door de oude wijk gelopen. Veel wijngaarden hier.
Na een rustdag vertrokken we daar gisteren. En er kwam een onder fietsers heel berucht stuk aan: een windgat tussen bergen door van ruim 30 kilometer. Daar staat het grootste windmolenpark van China en die staat daar niets voor niets. We kennen verhalen van fietsers die zich aan de relingen vast moesten houden om niet weg te waaien. Nou, die wind heeft ons ook geveld. Er was niet tegen in te fietsen. We wilden omkeren en terug naar Turpan. Maar toen stopte er een autootje en die meneer wilde ons wel meenemen. Wij werden zo'n 10 kilometer buiten Urumqi gedropt. Dus we zijn hier gisteren al aangekomen. En hier is het echt koud met hoofdletters. Een graad of 3 met een ontzettend ijzige wind, die maakt dat het als -8 tot -10 voelt. Brrrr..........
We zijn nu dingen aan regelen om naar Kunming te vliegen. Dan willen we nog een klein stukje in het zuiden van China fietsen en daarna Vietnam in.
Op naar wat meer groen en betere temperaturen!

Dunhuang, 26 oktober 
 We zijn al een paar dagen in Zhazhou, de zand-stad of te wel Dunhuang. Zo ongeveer de laatste handelspost van China tijdens de Han-dynastie en toen een belangrijke garnizoenstad. 
In Zhangye waren de fietsen er al na 2 dagen in plaats van 4, dus we konden vlot weer op pad. Eerst naar Gaotai. Daar begint ongeveer de Gobiwoestijn. We staan daar in de ochtend op en het staat geweldig te plenzen. Nog een extra dagje Gaotai dus. We wilden wel exact 7 dagen voordat ons visum verliep in Dunhuang zijn, want volgens de regels die wij konden vinden, moet je om voor een maand verlening op het visum in aanmerking te komen de aanvraag exact 7 dagen voordat het visum verloopt indienen. Eerder dan verlengen ze niet en later dan krijg je maar een week.
Om de verloren tijd in te halen, hebben we de volgende dag 160 kilometer gereden. Onze langste dag ooit. Het was redelijk vlak, bijna windstil, dus was te doen. Toen door naar Jiayuguan. Daar staat een oud fort dat hoorde bij de verdedigingslijn van de Chinese muur. Het fort staat daar strategisch tussen twee bergketens en dat mondt uit in de Gobiwoestijn. Wij vonden het van afstand mooier, omdat er nogal een kermis omheen is gemaakt. Ook hebben we eindelijk de Chinese muur gezien en beklommen. Niet in de drukte bij Beijing: het meest westelijke deel is namelijk ook vlakbij Jiayuguan te vinden.
Nog een paar lange dagen gemaakt op de fiets. Meestal is dat hier goed te doen, want het is zo goed als vlak. Totdat je een storm tegen krijgt, dan valt het even niet mee. Een dag hadden we een zandstorm tegen en onze snelheid viel terug van dikke 20 kilometer per uur naar net 10 kilometer.  Toch kwamen we afgelopen zondag in Dunhuang aan, goed getimed, want de maandag hadden we nog precies 7 dagen op ons visum.
Wij maandag naar het visumbureau zeg maar. Krijgen we daar te horen: nee, doen we niet meer hier in Dunhuang. Wij mogen geen verleningen meer verstrekken. Wij praten als brugman, want overal op internet is juist te vinden dat het zo makkelijk verlengen is in Dunhuang, maar helaas. We werden 400 kilometer terug of verder gestuurd. Wij maandagmiddag alle spullen in de opslag van een hotel gedaan en de trein naar Jiayuguan terug genomen. De volgende ochtend vroeg naar de vreemdelingenpolitie daar. Eerst bij een verkeerd bureau, maar daar was een hele aardige agent en die begreep wat we wilden. Werden we heel vriendelijk in de politieauto naar het goede adres gebracht. En ja, daar waren we goed. We mochten een aanvraag indienen, maar waarom deden we dat niet in Dunhuang als onze spullen daar toch ook waren AAARRRGGGHHHH. Zij begrepen ook niet waarom het daar niet kon. Maar goed, onze aanvraag is in behandeling, alleen die kunnen we wel pas komende maandag ophalen. Ja, de Chinese bureaucratie heeft wel zijn tijd nodig. En het is nog even afwachten hoeveel dagen verlenging we krijgen. Onder tussen kunnen we ook niet al te veel doen en reizen, want ze houden daar de paspoorten.
Wij dinsdagmiddag weer terug naar Dunhuang. Twee dagen treinen en bussen. Je kan beter op de fiets zitten.
Maar Dunhuang is niet de ergste plek om te moeten wachten. Voor Chinese begrippen is het een hele schone en rustige stad. Er liggen hier hele hoge zandduinen in de woestijn. Erg mooi. En vandaag hoefden we niet eens naar de zandduinen toe, want die kwamen vanzelf naar ons toegewaaid....
Maar waar Dunhuang het meest bekend om is, zijn de Mogao grotten. Deze grotten zijn tussen 600 en 800 na Christus uitgehakt en zijn helemaal met fresco's beschilderd. En het is niet 1 grot, het zijn er meer dan 1000. Allemaal Buddhistische fresco's. Ze zeggen dat dit de weg is vanuit waar het Buddhisme zich over China heeft verspreid. Dunhuang was in die periode een hele belangrijke handelspost, dus er kwamen veel reizigers, handelaren enzovoorts door de plaats. De route raakte na de Tang-dynastie in verval. En zo zijn de grotten ook in de vergetelheid geraakt en pas ruim 1000 jaar later zijn ze weer ontdekt. En ze waren heel goed geconserveerd, want door het zand kon er geen zuurstof en zonlicht bij komen. We hebben de grotten vanmorgen bezocht. Erg indrukwekkend. Wonderbaarlijk hoe ze dat toen allemaal hebben kunnen maken! En nu gaan we ons nog een paar dagen vermaken, voordat we ons visum krijgen. Maandag gaan we weer op en neer naar Jiayuguan, weer 800 kilometer met de trein. Daarna willen we verder richting Urumqi, via Hami en Turpan. De provincie Xinjiang in.Jullie horen weer van ons.

Zhangye, 15 oktober
En we zijn terug in Zhangye, vlakbij de Gobi-woestijn en Inner-Mongolie. We gaan toch verder met de zijderoute.
Afgelopen week veel verlummeld, bedenken wat verder te doen. Vanuit Xining gingen we naar Ping An. Jasper werd daar ziek. Die dag viel er ook een pak sneeuw. We zaten daar op 2000 meter hoogte en we moesten een pas over van bijna 4000. Vet in de sneeuw dus en het zou de komende dagen blijven regenen. Wij terug naar Xining om het via een andere vallei te proberen. Eerst nog naar TaEr Si, een belangrijk klooster. En het was ontzettend koud. Op de hoogvlakte is het al -10, ook niet zo'n sterk plan dus. Zeker niet met de verstopte holtes van Jasper.
Weer terug naar Xining. Gedupt, gewikt, gewogen, wat gaan we doen.................Toch weer de woestijn in en zijderoute verder rijden.
Wij vrijdag een treinticket geregeld en de fietsen meegenomen. De fietsen moeten op apart transport, die kunnen niet mee de sneltrein in. Wij de fietsen daar afgegeven. Nog nooit eerder gedaan! Alleen, waar wij met 2 uurtjes in Zhangye zijn, gaan de fietsen er 4 dagen over doen. Oeps, daar hadden we niet op gerekend. Nu is het dus wachten tot de fietsen hier aankomen. Temperatuur is hier zo'n 18 graden, lekker zonnetje, dus dat is al fijn.
Nu de fietsen nog terug.
Na het gebeuren in Menyuan werken de Chinezen ons wel wat meer op de zenuwen, wat meer irritaties.
In het verkeer toeteren ze om alles: om je voorbij te gaan, liefst in een tunnel als ze naast je rijden, volgens mij ook als ze gewoon niets te doen hebben, om te laten weten dat ze er zijn. Altijd kabaal. Ze kunnen ook niets zachtjes doen. Slurpen, boeren, rochelen, tuffen, alles moet met veel kabaal. Het ongegeneerde staren is heel vreemd, soms heb je het idee dat je van nog verder dan Mars komt. 
Ze groeien hier ook niet op met het idee dat ze rekening zouden kunnen houden met anderen, ieder voor zich. Dat uit zich al op het trottoir met de voetgangers, maar zeker ook in het verkeer. We hebben echt al heel veel botsingen gezien, niet meer op twee handen te tellen. En ook net vlak voor onze neus, dat je blij bent dat je niet 100 meter verder bent.
En wat ik heel naar vind, is dat sommigen het idee hebben dat als ze maar tegen je schreeuwen dat je ze dan wel begrijpt. Ik had bijvoorbeeld niet direct door hoe de treinpoortjes werkten, dus ik hield de stroom mensen op. Die dame begon me toch gelijk de schreeuwen, terwijl we al aangegeven hadden dat ons Chinees beperkt was.. Ja, ben ook niet heel slim...
En ze hebben hier heel veel regels, alleen is het niet duidelijk wat die regels zijn en waar ze gelden en wanneer en hoe. Af en toe best lastig. Dat de communicatie af en toe heel lastig is, maakt het af en toe moeilijk.
Gelukkig staan er hele leuke ontmoetingen en hele vriendelijke mensen tegen over!
Maar het is en blijft een apart land. Komende week start de 5-jaarlijkse partijtop in Lhasa. Tibet wordt dan dus ook 2 weken compleet afgesloten voor buitenlanders. Dat is ook de reden dat Whatsapp, Google, Facebook en Youtube nu helemaal niet meer te benaderen zijn. Onze VPN doet het hier niet meer, alles wordt geblokkeerd. Op de site van de Volkskrant zagen we een spel hoe je te weten kan komen of je een echte communist bent............We zeiden vanmorgen al tegen elkaar. Als ze zien dat we dat spel gespeeld hebben, dan krijgen we zeker geen verlenging van ons visum,

Xining, 7 oktober

We zijn al in Xining. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar we werden gedwongen..........

Vanaf Zhangye hebben we hele mooie fietsdagen gehad. Terug naar de bergen en daar werden we de laatste twee dagen ook helemaal door omringd. Van Zhangye zijn we eerst naar Mati Si gereden. Een tempelcomplex dat helemaal in de bergen is uitgehakt. Geweldig mooi en je vraagt je af hoe ze dat gedaan hebben.

Het was er wel beredruk, want de Chinezen hebben zelf deze eerste week van oktober vakantie. De eerste oktober is nationale feestdag. En de provincie Gansu is dit jaar heel populair en laten wij daar nu ook zijn. Maar de klooster en de ligging daarvan blijft geweldig.

De dag daarna was makkelijk. De ochtend daarom de tempels nog wat bekeken en toen door naar Minle.

Minle ligt aan de G227, een weg die naar Xining loopt. We hebben gelezen dat dit een hele mooie route moet zijn. Alleen mag je niet over Datong, want daar ligt een nucleair iets. Wij dus netjes een route om Datong heen gekozen.

Vanuit Minle was het een lange, mooie klim. Het begon over een weg met allemaal populieren in herfstkleuren erlangs. Rond de 3000 meter werd het kaal en klommen we gestaag verder naar 3700 meter. Daarna een korte afdaling naar Ebuzhen/Ebao. Een apart plaatsje. We hadden daar een kamer gevonden, maar die moest eerst nog schoongemaakt worden. Wij wachten in de zon. Even later gaan we de fietsen afladen, maar toen kregen we te horen dat we toch niet in het hotel kunnen slapen. Maar verder op zat nog iets.

Oke, kan, gebeurt hier vaker. Buitenlanders mogen niet overal slapen. Het hotel moet daar een vergunning voor hebben. Maar we hebben deze reis wel al vaker nee gehoord, dan de vorige keer. Wij naar het andere hotel. Daar mochten we ook niet slapen. Buitenlanders mochten er helemaal niet slapen volgens die man. We moesten maar een taxi naar Xining nemen. Wij balen, maar besloten dan maar te gaan kamperen. Eerst nog even wat eten in het dorp en dan op zoek naar een plek. We besloten toch nog een keer naar een slaapplek te vragen in het restaurant. En ja hoor, daar bleek toch nog wat te zijn. Wij daar naar toe. En ja, schone kamer, aardige dame, geen enkel probleem. Leek wel op Centraal Azie bij oma thuis. Maar slaapplek was fijn, want 's nachts vriest het toch al aardig.De volgende morgen over een grasvlakte omgeven door bergen naar de volgende pas. Weer een grasvlakte en toen een lange afdaling. Mooie rit en we kwamen uit in Menyuan. Wij daar op zoek naar een plek om te slapen. Eerste hotel zei nee, tweede hotel zei nee, derde hotel zei ook nee. Toen begonnen we het toch wel raar te vinden. Het vierde hotel zei ook nee, maar dat het in de naam International, dus daar wees Jasper naar. Toen ging de dame toch even bellen en wij moesten wachten. En daar kwam de politie.... Wij werden niet geacht in Menyuan County te zijn, buitenlanders waren daar niet toegestaan. Hoe we dat moesten weten, dat werd niet duidelijk en Joost was niet aanwezig, maar wat we ook probeerden, we mochten daar niet blijven slapen. En zeker niet fietsen. We moesten naar Xining. Wij nog vanalles geprobeerd, maar er sprak niemand Engels. En de vertaalapps zijn niet heel erg fantastisch. Een man belde zijn broer in Australie en die heeft wel wat geholpen. Maar we moesten weg. We dachten dan maar kamperen, maar we kwamen het terrein van het hotel niet eens meer af. We bleven constant onder toezicht totdat na een dikke drie uur er een auto geregeld was, want in de bus ging niet met de fietsen. Was natuurlijk wel allemaal voor eigen kosten.

Echt wat een gehaktballen zijn het hier af te toe. Maar om 22 uur arriveerden we in Xining. De man in Australie was zo aardig om een hotel hier voor ons te boeken, want vanwege de vakantie is alles tjokvol hier.

Nu dus even alles weer bekijken.

We komen trouwens weinig blanke fietsers tegen. Nu fietsen we ook niet echt een logische route, maar we zien helemaal weinig blanken. Wel een paar Chinezen op de fiets gezien.

Tot horens weer. Wij gaan even genieten van Xining. Deze grote stad met 2 miljoen inwoners heeft alle comfort. En waar je ons heel blij mee maakt: echt brood, vers gebakken, zo uit de oven, warm Uyguri brood. Super. Voor de rest hoor je ons niet klagen over het eten hier hoor, want dat is meestal uitstekend.

Trouwens Facebook en Messenger en Whatsapp zijn hier lang niet altijd te gebruiken, dus als we niet reageren, dan weet je hoe dat komt. China blokkeert dit. We hebben wel een VPN, maar die werkt ook niet altijd.

Groetjes 
 
Zhangye, 30 september
Gisteren zijn we met vliegende vaart Zhangye binnen gereden. We hadden de wind in de rug. Dat was de dag ervoor wel anders. Soms heb je geluk.
We fietsen nu in de provincie Gansu. Lijkt wel of alle steden waar we hier doorkomen op de schop liggen. Er wordt hier gigantisch veel gebouwd, grote betonnen kolossen. Maar veel van die nieuwbouw staat ook leeg. Af en toe lijkt het wel een of andere Russische staat.
Maar Zhangye is anders. De opbouw van de stad bestaat niet alleen maar uit rechte straten en er is heel veel groen in de stad. Doet prettig aan.
We hebben de afgelopen week zeker niet alleen maar mooie fietsdagen gehad. Veel industrie, nogal wat wegwerkzaamheden. En nu de nieuwe snelweg er ligt, hoef je die oude weg toch niet meer te onderhouden? Al het lokale verkeer kan dus over die honkiebonkie wegen.
Maar we hadden ook stukken nieuw asfalt, dus er wordt op stukken toch wel aan gewerkt.
We hebben in Wuwei een hele mooie Confusius tempel bezocht en hier in Zhangye een Boedhistische. De laatste is een van de oudste, originele tempels, die de culturele revolutie heeft overleefd, mooi houtsnijwerk en de grootste liggende Boeddha van China. Vandaag hebben we een dagtrip gemaakt naar de regenboog bergen van Zhangye; bergen in allerlei kleuren, echt wondermooi.
Het is hier een stuk droger. We merken dat we richting de woestijn gaan.
Morgen gaan we richting Mati Si, dat is een oud klooster dat in de bergen is uitgehakt. Daarna zoeken we nog wel even wat bergen op. Die zagen we onderweg in de verte al gloren met mooi sneeuw op de toppen. Dat zag er toch wel weer aantrekkelijk uit.
Dit  is wel weer een heel ander China dan we eerder gezien hebben. Ook bijvoorbeeld de keuken is anders, veel meer op tarwe en noedels gebaseerd dan op rijst. Er wordt veel meer lam gegeten en ook brood. Er wonen in Gansu best veel moslims: naast de gompa staat dan ook vaak een moskee.
De keer ook wat foto's geplaatst van het eerste deel van de fietstocht. Wij gaan nu verder naar de 2000 kilometer....
 
Lanzhou, 21 september
Waar zijn die nou? Ja, in Lanzhou. Nog nooit van gehoord waarschijnlijk, maar is de hoofdstad van Gansu, ligt ongeveer in het midden van China en heeft ruim 2 miljoen inwoners. Het is ook de enige stad waar de gele rivier doorloopt. Het was niet het eerste plan om hier terecht te komen, maar het weer maakt dat we onze plannen wat gewijzigd hebben.
We zijn vanuit Songpan een mooie pas over gegaan van ruim 3800. Daar kwamen we op een mooie grasvlakte. Veel nomaden, yurts en yaks daar. We hebben daar gekampeerd. In de ochtend was alles buiten onze tent bevroren, was koud. Winterkleren aan en op naar Zoige.
Toen door naar Langmusi. Daar waren we ook al eerder geweest, maar we herkenden het amper terug. Het toerisme heeft hier nogal een ontwikkeling doorgemaakt. Op zich niets mis mee, maar alles stond leeg. Rare gewaarwording dan. We waren wel in het Tibetaanse land aangekomen.
We zijn toen in een paar dagen door gereden naar Xiahe. Daar ligt een belangrijk Boedhistisch klooster: het Labrang. Dat is een van de zes kloosters van de gele hoed stroming. Mooi daar. Veel Tibetanen die daar de rondgang rond het klooster maken, de kora lopen. Hebben wiij ook verschillende keren gedaan.
Ondertussen was het toch steeds slecht weer. We hadden ook al een dag door de stromende regen gereden. En we zouden weer over een hoge grasvlakte gaan richting Xining. Alleen de weersvoorspellingen zijn gewoon heel slecht in dat gebied. En op hoogte is dat niet fijn.
We hebben nu besloten om een stuk van de oude zijde route te gaan fietsen, richting Dunhuang.
Ook hadden we wat kleine dingetjes aan de fiets en die wilden we even oplossen. Daarom zijn we richting Lanzhou gegaan: een grote stad  met voorzieningen.
Wel ook een paar dagen in de stromende regen doorgebracht. We stonden er van te kijken dat deze verzopen katten onder de blubber in hotels werden toegelaten.
Vandaag een beurt voor de fietsen en een wandeling langs de gele rivier. En dan morgen weer op pad.
 
Songpan, 9 september
 
Nu de regen op Songpan neervalt, een mooie gelegenheid om wat te schrijven. We hebben vandaag een rustdag. Er was ook slecht weer voorspelt en dat komt uit. We kunnen dus even wat zaken regelen en wat organiseren.
Vanuit Chengdu zijn we naar Mianzu vertrokken. Dat was geen zware fietsdag, alleen door alle buitenwijken van Chengdu was het minder fijn fietsen. Mianzu is gewoon een grote stad, maar niet vervelend. Daarna door naar Beichuan, alleen kwamen we erachter dat het Beichuan dat we kenden niet meer bestaat. Dat is compleet vernietigd met de grote aardbeving in 2008. Ze hebben nu Beichuan 35 kilometer verplaatst. De ruines van de oude plaats hebben ze  laten liggen en daar een soort van plaats bij gebouwd. Beetje spooky, wat ook wel indrukwekkend om te zien.
We besloten de route iets te wijzigen en naar Maoxian te fietsen. Achteraf is dat maar goed ook, wat ook de aardbeving van vorige maand heeft voor nogal wat schade aan wegdek en voor aardverschuivingen gezorgd. Eerst door 10 kilometers aan tunnels,de langste 3,5 kilometer, daarna door een mooie vallei omhoog. Maoxian was een grappige plaats. Daarna in twee dagen in een klim omhoog door een vallei naar Songpan. Een makkelijke klim, Alleen door de hele vallei heen is goed te merken dat de aardbeving er is geweest. Het toerisme is gewoon gestopt. Alle restaurants zijn gesloten, alle bussen staan stil, mensen hebben geen werk meer. Dit is een geweldige klap voor deze regio. Ook een grote aardverschuiving heeft niet meegeholpen.
Dan wel weer Chinees: er stond een file te wachten om doorgelaten te worden, maar dan rijden ze aan allebei de kanten dubbel de rijbanen op, dus als er dan gereden mag worden, kan je nog geen kant op. Gelukkig konden we er met de fiets tussendoor.
Songpan trekt nog wel wat bezoekers, maar zeker niet de aantallen meer van voor augustus. Dit gaat nog wel enkele jaren duren.
Songpan is nogal gegroeid in vergelijking met 11 jaar terug. Ze hebben hier veel gebouwd in de oude stijl, maar het komt allemaal nogal gemaakt over. We zitten bij toeval wel weer in hetzelfde guesthouse. Al veel Tibetaanse mensen hier, mooi! Toch huist hier ook een grote moslim populatie, de Hui. Het plan was om hier wat de heuvels in te lopen, maar het is fris en nat en dus vandaag een luie dag.
Zo hier op het platte land is China nog helemaal niet zo veranderd. Er is veel bijgebouwd, maar qua doen en laten is het nog hetzelfde.
Morgen hopen we verder te fietsen richting Langmusi en daarna Xiahe. Eerst een hoge pas en dan over de hoge grasvlaktes.
Jullie horen weer van ons. 
 
Chengdu, 3 september
Jasper is de fietsen in elkaar aan het zetten. Morgen gaat het echt van start..
De eerste dagen hier zijn vooral bijkomen van de jetlag en wennen aan de hoge vochtigheidsgraad. 
Chengdu is veranderd, maar er is ook veel hetzelfde gebleven. De hoogbouw is verveelvoudigd en nog hoger geworden en het aantal McDonalds en Starbucks is zeker verdubbeld. Maar als je de theetuinen in loop, dan is het nog hetzelfde gebleven. Heerlijk toeven onder de bomen met een kopje thee en een thermos met heet water en heerlijk mensen kijken. Mensen die daar stijldansen en aan tai chi doen. Heerlijk levendig. En Mao staat ook nog steeds op zijn sokkel het grote plein.
Het voelt allemaal best vertrouwd, geen cultuurshock in ieder geval. Wel blij met die paar zinnen Chinees die we spreken. We kunnen in ieder geval nog steeds de lekkere sichuan-gerechten bestellen.
En als we al dachten dat ze in Rhenen goed reclame konden maken voor de panda's: ze kunnen nog wel een lesje leren van de Chinezen hier.
 
We hebben nog even een stukje gefietst in de stad. Altijd even wennen om in een stad met meer dan 15 miljoen inwoners te rijden. Voelde alsof ik in een videogame aan het fietsen was en zoveel mogelijk moest proberen te ontwijken.
Morgen willen we richting het noorden vertrekken. We willen de Huanglong-vallei door. Deze ligt wat lager dan die van Juizhaiguo. Die laatste is namelijk momenteel niet toegankelijk, waren we eerst van plan. Maar deze is bij een aardbeving begin augustus gigantisch beschadigd. De Huanglong-vallei moet een mooi alternatief zijn: op naar onze eerste pas van meer dan 4000 meter.............