Tadjikistan

23 juni: Hoge passen, mooie bergen en slechte wegen

De eerste dag uit Dushanbe was nog niet heel spannend. We reden door een paar steden, door een vallei. De weg was nog goed, maar dat veranderde vlak voor Obigarm, onze eerste stop. Als plaatsje stelde het niet veel voor, maar ze hadden daar een 'banna', een dorpsbad. Japs bij de mannen en Ilse bij de vrouwen douchen in de hete bron. Later lazen we dat Obigarm ook 'hotspring' betekent.

De dagen daarna was de weg echt slecht. De weg ging ook flink op en neer. Het was afdalen en klimmen en weer afdalen en klimmen. Zo bleef het eigenlijk door gaan tot Khorog. De hoofdstad van de Pamir. Het tweede gedeelte van die zes dagen was wel erg mooi. We reden langs de Afghaanse grens, een rivier vormde de grens, dus we hadden constant zicht op Afghaanse dorpjes. Allemaal nog heel traditioneel met lemen huisjes en zand paden. Zag er wel erg mooi uit.

Onderweg hebben we daar regelmatig gekampeerd. Een paar keer bij mensen in de tuin en een keer bij een school. Als je mensen vraagt of je daar mag kamperen, dan zeggen ze zelden nee.

Onderweg kwamen we wel steeds minder restaurantjes en winkeltjes tegen. En als je dan bij een restaurantje was dan werd de keus steeds beperkter: soep of soep (met een brok vlees en een aardappel). Maar in dit gebied stonden ook veel fruitbomen, zo hebben we lekker een paar keer abrikozen uit een boom kunnen plukken.

Na 6 dagen fietsen waren we in Khorog. Wij vonden het geen geweldige plaats, maar hier konden we voorraden in slaan en even een rustdag houden.

De dagen daarna merken we dat de aanloop naar de Pamir (die begint officieel bij Khorog) eigenlijk zwaarder was dan de Pamir zelf, althans dat vinden wij.

De weg werd wat beter. We moesten wel klimmen, maar dat ging redelijk geleidelijk. We fietsten de eerste dagen stroomopwaarts langs een rivier. De vallei was daar nog heel groen met veel dorpjes. Dat stopte na 2 dagen fietsen. We kregen toen onze eerste 4300 meter pas. Die dag hebben we 85 kilometer gefietst en we zijn toen maar 2 auto's tegen gekomen en 4 personen. En toen zaten we ook ineens echt in de bergen.

Tijdens de afdaling kwamen er mooie zoutmeren te voorschijn en toen zaten we op de Pamir-hoogvlakte.

In dat gebied staan ook veel yurts. De meeste daarvan zijn van Kirgizen. In Centraal-Azie maken zij nog het meest gebruik van de yurts.

Via de hoogvlakte reden we naar Murgab. De tweede plaats in de Pamir. Deze plaats ligt in een mooie groene vallei omringd door bergen. We sliepen daar in een 'homestay', bij mensen thuis. Dat was een hele leuke Pamiri familie.

Het is een erg arm gebied. Er zijn amper voorzieningen. Het is heel kaal, ze kunnen niets zelf verbouwen en moeten alles invoeren en dat maakt dingen duur. Geen stromend water en de electriciteit valt nog wel eens uit. In de winter kan het daar -40 graden worden.

Geen makkelijk leven voor de mensen daar.

Na ons geklaag over de hitte in eerdere landen: hier hadden wij onze sokken weer aan en Jasper had de pijpen weer aan zijn korte broek geritst.

Na een dag vertrokken we uit Murgab. Alleen die dag zijn we niet erg ver gekomen. Het weer was al niet heel erg goed. Maar we draaiden een bocht om een andere vallei in en daar was de lucht echt pikzwart. Toen zijn we omgedraaid en terug gegaan naar de 'homestay'. We zouden rechtstreeks het slechte weer in rijden bij de klim die er aan zat te komen, daar hadden we geen zin in.

De dag erop was het helder en zijn we vertrokken richting onze 'hoogste' fietspas: 4655 meter. Vlak voor die pas hebben we nog een keer geslapen bij een vader met drie kinderen. Deze man wilde ons niet buiten laten slapen of in een ander gebouw, we moesten echt binnen bij hem komen slapen. We hebben toen de voorwaarde gesteld dat wij dan wilden koken, dat was goed. We hebben daar toen een fikse pan met macaroni gemaakt, zodat ze zeker twee dagen goed eten hadden.

Mensen zijn hier echt ongelovelijk gastvrij. Zelfs al hebben ze bijna niets, je wordt toch bij hun binnen uitgenodigd voor thee, koekjes, eten of om te slapen. Overal ben je welkom, dat gevoel geven ze je ook echt.

En toen de hoge pas, dat was nog maar een klein, maar steil stuk klimmen. En toen konden we gaan afdalen. Alleen de weg werd daar weer slecht. Jammer, afdalen over een wasbord gaat niet heel snel. We reden daar vlak langs de Chinese grens. De vallei werd weer mooier en toen kwam het Karakol-meer in zicht. Woh, dat is mooi! Allemaal hoge, witte bergtoppen met een groot meer ervoor. Dit was een heel erg mooi stuk om te fietsen.

Vanaf Karakol ging het naar de grens. Eerst nog een paar passen over en toen konden we Tadjikistan verlaten. Dat gebeurde ook in stijl, want we kregen nog een lunch bij de soldaten aan de grens, zelfs die zijn hier dus gastvrij! En toen reden we 20 kilometer niemandsland in tussen Tadjikistan en Kirgizie. Lees daar verder.

30 juni: Op weg naar de Pamirs

Als jullie je afvragen waarom onze hoeveelheid gegeten bananen niet toeneemt: nou, die zijn hier bijna niet te krijgen! Jammer, was energievoedsel nummer 1 in het eerste gedeelte van de reis, nu moeten we het met gedroogd fruit en noten doen. Dat is hier in overvloed aanwezig, net als momenteel watermeloenen.

We zijn een dikke week geleden de grens met Tadjikistan overgestoken. Direct over de grens was het verschil met Oezbekistan al duidelijk. Hier is het duidelijk een stuk armer. De weg was gelijk slechter. Maar het mooie was, dat we in de verte de eerste bergen met besneeuwde toppen al op zagen doemen.

De bergen hielden ook in dat het klimmen direct begon. Dat was wel weer eventjes wennen. Via Penjikent zijn we naar Iskander Kul gereden. Een bergmeer dat op 2200 m hoogte ligt. Hier zijn we een dag gebleven om de benen even rust te gunnen. Het was hier ook heerlijk rustig en het koelde 's nachts daar ook lekker af. Die rust was ook nodig, want daarna moesten we onze eerste 'echte' pas over: de Anzob-pas, ruim 3300 m hoog. Die hoogte was al weer een half jaar terug, dus echt geacclimatiseerd waren we niet meer. Dat moet nog komen!

Deze weg richting Dushanbe is de hoofdweg door het land. Dat zou je niet zeggen als je op die weg fiets, haha. De laastse 70 kilometer liggen ook helemaal open. De Chinezen zijn daar met de weg bezig en die houden van de drastische aanpak. Dus dat was 70 kilometer stofhappen. Nou, niet helemaal, er ligt nog zo'n 3 kilometer asfalt bij een vakantiehuis van de president, stel je voor dat hij moet stofhappen! Wij dachten eigenlijk dat het huis een hotel was, dus we vroegen al of we er konden slapen. Maar uit het Russische antwoord begrepen we dat het complex van de president was.

Nu we het toch over slapen hebben. Onderweg hebben we een paar keer in een theehuis geslapen, maar ook een paar keer gekampeerd. Een keertje bij mensen in hun tuin. Het was tijd om te stoppen en er was nergens een goede kampeerplek in die vallei, dus Jasper benaderde die mensen met de vraag of we onze tent in hun tuin op mochten zetten. Dat was geen probleem. Het was ook erg grappig. Die kinderen daar (en de volwassenen) hebben heel wat bijgeleerd over selfinflating matjes, kookstelletjes; kortom over onze manier van kamperen.

De mensen zijn hier supervriendelijk en gastvrij. Onderweg vroegen we bijvoorbeeld een keer hoever het nog naar een theehuis was en voordat we het wisten zaten we bij die mensen buiten te lunchen. Ook toen we bij de mensen in de tuin kampeerden, kwam er gelijk eten en thee te voorschijn, ondanks dat we zeiden dat we dat allemaal zelf ook hadden.

Nu zijn we een paar dagen in Dushanbe. We moesten hier ons Chineze visum regelen. We hadden gehoord dat het heel makkelijk zou zijn hier drie maanden te krijgen (die tijd hebben we nodig). Nu, dat bleek toch iets anders. We kwamen daar aan, nadat de ambassade al 2 dagen gesloten was geweest en we kregen te horen dat we maximaal een maand konden krijgen en dat we een week moesten wachten. Dat was even schrikken. Jasper heeft daar echt al zijn overtuigingskracht in de strijd moeten gooien. Hij mocht uiteindelijk met de consul praten. Het resultaat was in ieder geval dat wij de ambassade verlieten met een visum voor 2 maanden in de zak.

Dat was niet het enige probleem dat we moesten oplossen. Je moet je bij binnenkomst in Tadjikistan binnen 72 uur registreren bij een soort van vreemdelingenpolitie (tegen betaling en dan krijg je een stempel). Alleen dat kan maar op vier plekken in het land en die lagen allemaal niet op onze route. Wij waren dus al een week in het land toen we op de eerste plek waren waar dat kon, Dushanbe namelijk. Toen bleek dat er op het overtreden van deze regel een boete staat van 200 dollar per persoon (OEF). De registratie zou ook echt nodig zijn, omdat ze nog wel eens willen controleren in het gebied waar we heen gaan. De mensen van het guesthouse hebben ons goed geholpen. Ze gingen bellen en wat rondvragen en ze hadden een vriendin werken bij die vreemdelingenpolitie. Die bleek dus onderhands wel iets te kunnen regelen. Nu waren we voor 50 dollar de man klaar in plaats van de boete. Normaal zijn de kosten van de registratie 20 dollar. Maar zo werkt het dus hier.

Dushanbe is verder een hele rustige stad, heel groen en prettig. Je kunt hier ook fantastisch eten: Indiaas, Chinees, Koreaans. Gelukkig eventjes wat anders na de kebabs en het kampeereten.

Wij vertrekken morgen op weg naar de Pamir. Dat moet een mooi stukje op deze wereldbol zijn. Wij zijn erg benieuwd in ieder geval.

Tot horens.