West-China en Tibet

10 november: Van chuba's naar sari's

Vanuit Lhasa hebben een busje geregeld naar Lhatse. Vanaf daar zijn we via de Friendship Highway naar Kathmandu gefietst. We hadden geen tijd om ook naar Everestbasecamp te gaan, maar we hebben Everest wel gezien, samen met andere hoge pieken, zoals Cho Oyu en Xixibangma (de enige berg van meer dan 8000 meter hoog die echt helemaal in Tibet ligt).

Vanuit Lhatse begonnen we gelijk met een stevige klim. We moesten weer een 5000-er over. We wilden naar Shegar fietsen, maar dat hebben we niet gehaald. De wind blies ons bijna van de fiets. Over de laatste 12 km klimmen deden we 3 uur! En tijdens de afdaling haalden we met bijtrappen nog geen 10 km per uur. Schoot dus niet echt op.

De volgende dag was de wind gelukkig minder. We waren toen snel in Shegar. We gingen daar een stukje lopen. Wat er toen gebeurde was minder leuk. Ilse werd aangereden door een paard met wagen. Er zat geen bestuurder op de wagen en het paard was op hol geslagen. Het beest kwam van achteren aangerend, Jasper trok Ilse nog opzij, anders had ze er helemaal onder gelegen. Alleen waarschijnlijk heeft de wagen Ilse nog geraakt: een groot gat in d'r hoofd. Gelukkig was er een ziekenhuis in de buurt, slechts 7 km daar vandaan. Daar hebben ze de wond gehecht. En met pijnstillers, antibiotica, een netje op het hoofd en een nieuw kapsel mocht ze de deur uit.

De dag erna ging het fietsen nog goed. Alleen toen hield het asfalt op. Het gehobbel en gebonk begon, dat was minder prettig aan het hoofd.

Na Tingri werd de route erg mooi; mooie vallei, mooie berggezichten, mooie dorpjes. Via Nyalam en Zhangmu zijn we naar de grens met Nepal gereden. En daar kwam een einde aan ons Tibetaanse avontuur. We reden een andere wereld in, die van Nepal. Lees daar dus verder.

26 oktober: We moeten Tibet uit!

De afgelopen dagen hebben voor ons in het teken gestaan van allemaal visaperikelen. In Ali werd ons verteld dat we in Shigatse ons visum makkelijk zouden kunnen verlengen. Alleen bij de vreemdelingenpolitie in Shigatse, de PSB, waren ze niet echt gewillig om mee te werken. Het bleek dat ze niets geen autoriteit meer hebben en ze stuurden ons dan ook door naar Lhasa. Wij zijn dus afgereisd naar Lhasa, met de bus, want op de fiets zouden we qua tijd niet meer redden. En in Lhasa vertelde de politieman ons dat de regelgeving vorige week is aangescherpt: individuele toeristen krijgen hoogstens nog een verlenging van vijf dagen. Dat was even schrikken. Na veel gezeur kon Japs er nog twee dagen extra uitslepen. Scheelt toch weer meer dan 30%! Maar we moeten het land dus binnen een week uit. We gaan dus eerder naar Nepal dan we gepland hadden.

Na Ali zijn we naar Mount Kailash gefietst, een heilige berg voor zowel de Hindoes als Boeddhisten. Een groot gedeelte van die weg is inmiddels geasfalteerd, maar we konden er niet heel erg van genieten. De tegenwind maakte dat we nog langzamer waren dan op gravel. De kora rondom Mount Kailash konden we niet lopen, werd ons verteld. Er lag te veel sneeuw en ijs. We hebben daar dus een dagtocht gemaakt, was ook erg mooi. We hadden erg mooi uitzicht op 'de berg'. Daarna zijn we naar het Manasovar-meer gefietst, een heilig meer. Daar hebben we ook in de omgeving gelopen.

En in Manasovar gingen we ook eens tellen hoeveel dagen we nog op ons visum hadden. We bleken dagen te kort te komen om Shigatse te kunnen bereiken. We besloten daarom vervoer te regelen tot Saga. Dat ging niet heel makkelijk, want transport is schaars in dit gebied, maar Jasper en Andre regelden een truck. Leonie en Ilse voorin en Jasper en Andre achter. De weg was verschrikkelijk slecht en na 14 uur in de achterbak gezeten te hebben, kwamen de heren er nog net niet gebroken uit.

Na Saga zijn we via Lhatse naar Sakya gereden. Inmiddels fietsen we weer rond de 4000m. En op dit stuk van het traject reden we door mooie dorpjes, werd er weer landbouw gepleegd en zagen we weer groen van bloemen, bomen en struiken. Ja, want de boomgrens ligt hier beduidend hoger dan bij ons in Europa.

Sakya is een kleine plaats. Je gelooft bijna niet dat het in de 13de eeuw een poos de hoofdstad van Tibet geweest. Er staat daar een heel mooi klooster, dat zijn we dan ook wezen bekijken.

Daarna zijn we door gereden naar Shigatse, de tweede stad van Tibet. Ook daar is een erg mooi klooster. De kloosters trekken ook altijd veel pelgrims aan. Altijd mooi om deze mensen te bekijken. Maar in Shigatse hoorden we dus dat we naar Lhasa moesten voor ons visum, we zijn daar dan ook niet heel lang gebleven.

En twee dagen geleden zijn we aangekomen in Lhasa. Echt een hele grote Chinese stad, met een klein, oud Tibetaans deel. Toen we de stad binnen reden, zagen we het Potala al liggen (voormalige huis van de Dalai Lama), erg indrukwekkend.

De eerste dag hier in Lhasa zijn we vooral bezig geweest met het organiseren van vervoer naar Lhatse. We hebben namelijk besloten naar Lhatse terug te gaan en vanaf daar naar de Nepalese grens te fietsen.

Morgen gaan we nog naar het Jokhang en het Potala. Nog 1 dagje in Lhasa, echt jammer, want hier hebben we echt naar uitgekeken. Er is nog zo ontzettend veel te zien hier in de omgeving. Maar ja, we moeten plan B in werking stellen. Nu dus eerst naar Nepal, daar ons Indiaase visum regelen en dan door naar Sikkim en Darjeeling. Vast ook erg mooi!

Het volgende bericht zal dus waarschijnlijk uit Kathmandu komen. Dan zetten we ook weer foto's op de site.

28 september: Ali, halverwege Lhasa

In Kashgar hebben we toch voor het eerst alle ruimte in onze fietstassen nodig. We nemen veel mee, want onderweg schijnt behalve biscuit en noodles niet veel te krijgen te zijn.

Kilo's aan chocolade, koekjes, rozijnen, noten en noodles verdwijnen in onze tassen. Nou, we weten in ieder geval wat we de komende weken gaan eten. Gelukkig zijn de eerste dagen na ons vertrek uit Kashgar nog vlak, zodat we in ieder geval kunnen wennen aan het gewicht van onze fietsen.

Voordat we de bergen in gaan, rijden we eerst zo'n 270 kilometer langs de zuidkant van de Taklamakan-woestijn. Een soort van grote oase met veel kleine dorpjes. Na Kashgar worden deze dorpjes al snel helemaal Uyguri. Net als overal in het westen van China wonen de Han-Chinezen het liefts in de grote steden, bij alle voorzieningen.

Op de eerste fietsdag richting Yensigar is in een van de eerste dorpjes een fantastisch lokale markt. Alles wordt daar verkocht, van schapenkoppen tot kamelen. Dat maakt de zondagsmarkt in Kashgar weer goed. Deze vonden wij namelijk nogal tegenvallen. Dat kwam waarschijnlijk door onze eigen verwachtingen.
In de woestijn is het nog heet, maar we hebben er ook regen. Na Yecheng volgt de afslag naar route 219 richting Ali.

Al direct na de eerste dag laten we de zanderige woestijn achter ons en wordt de omgeving groener en komen de bergen er aan. De eerste pas is er eentje om in vorm te komen voor de volgende. Het in namelijk de enige 3000-er pas op de route. De rest zijn 4000-ers en 5000-ers. Het uitzicht vanaf de pas in de droge, geerodeerde vallei is fantastisch. Ook de kampeerplek na de afdaling ligt geweldig mooi onder de bomen aan de rivier.

Per fiets naar Tibet is een beetje bijzonder. Om legaal in Tibet te reizen, heb je namelijk een 'Alien travel permit' nodig. Deze permit zou bij verschillende checkpoints gecheckt worden. Maar als individuele reiziger krijg je normaal niet zo'n permit. Dat is de theorie. Op het moment is het eigenlijk vrij makkelijk om naar Ali te rijden per fiets. Ali is de eerste grote plaats in west-Tibet. Je moet jezelf daar aangeven en dan krijg je een boete omdat je daar zonder permit reist en je koopt je permit en dan mag je verder fietsen.

In Kudi rijden we langs het eerste checkpoint, geen problemen daar. Alleen het visum wordt bekeken.

De tweede pas volgt al snel en dat is al een heel ander verhaal. Deze is al 4980 meter hoog. De omgeving wordt langzaam steniger. Er is weinig groen meer te bekennen. Er ligt wel sneeuw, waardoor de weg erg modderig wordt. Er komen ook steeds meer sneeuwbergen te voorschijn en het water in de rivier wordt steeds schoner. Het is een hele gehijg en gepuf naar boven. We zijn toch niet echt goed geacclimatiseerd, ondanks dat we het rustig aan hebben gedaan. Maar we krijgen kans genoeg om te acclimatiseren, want dit was slechts het begin.

Na Mazzar gaat de weg weer klimmen naar het Aksai Chin-plateau. De weg naar de klim is verbijsterend slecht. Tijdens de klim komt er op de stofwegen een gigantisch groot konvooi van militaire voertuigen voorbij. Is er ergens oorlog uitgebroken? We hebben al moeite met de ijle lucht. Al de stof die de voertuigen voortbrengen, maken het niet makkelijker.

We rijden daarna het Aksai-Chin plateau op en voor meer dan 250 kilometer komt de weg niet lager dan 4800m en er volgen steeds passen hoger dan 5000m. Je kunt dit echt een rit tussen hemel en aarde noemen! Eerst fietsen we nog door een rode zandwoestijn, totdat we onszelf zien reflecteren in een groot, diep blauw meer. De kleuren zijn echt fantastisch! Daarna komt ook de kleur groen terug in het landschap, maar er is hier op deze hoogte niet veel vegetatie.

We vinden het elke keer fantastisch om weer bij een groot meer uit te komen, nadat je de halve dag door een droog, desolaat landschap hebt gefietst.

We rijden dus door een vrij onbewoond en desolaat gebied. Hoge besneeuwde bergen, mooie valleien en bergmeren vormden de afgelopen weken ons fietsdecor. Af en toe kwamen we door een dorpje, annex truckstop. Deze varieerden van vier huizen (barakken) en een restaurant in Tielong tot een redelijk dorp als Domar, waar verschillende restaurants, winkeltjes en slaapplekken waren.

We fietsen vooral met zijn tweetjes. Maar wat erg leuk is, is dat we de hele route nog samen reisden met Leonie en Andre, een ander stel fietsers uit Nederland. We fietsten overdag niet samen, maar we kampeerden wel steeds bij elkaar. Dat is erg gezellig.

We hebben trouwens meestal gekampeerd. Als het even kon bij een rivier, dat leverde hele mooie plekjes op. Bovendien is dat ook erg handig met wassen en koken. Maar er stroomde niet altijd water, dus dan was het gewoon in de droogte de tent neer zetten.

Normaal is dit trouwens het seizoen van de blauwe luchten, maar wij hebben vrij veel bewolking. De laatste dagen naar Ali zijn zelfs koud. We hebben sneeuw en hagel. Gelukkig zijn we nergens ingesneeuwd ofzo. We hebben alleen een paar keer vanalles bevroren gehad; zelfs een keer ijs op de slaapzak!

21 September rijden we dan echt Tibet in. We worden in Tibetaanse stijl verwelkomd, want we mogen eerst de hoogste pas op deze route over fietsen: de 5400m hoge Qieshan La. Daarna volgt de poort en zijn we in Tibet.

Tibet is een hoog plateau ter grote van west Europa, dat omgeven wordt door hoge bergen. China heeft meer dan 50 jaar geleden dit land bezet. Sindsdien wordt de Tibetaanse cultuur onderdrukt. Vandaag de dag gebeurt dit door de vele Han-Chinese immigranten. De Tibetanen zijn tegenwoordig een minderheid in hun eigen land.

Een overland trip naar Tibet is altijd een lange trip, maakt niet uit vanuit welke kant je komt, je moet altijd over hoge bergen.

Na 24 dagen fietsen bereiken we Ali. Als we daar aankomen, hebben we ongeveer 1500 kilometer afgelegd, waarvan een derde op geasfalteerde weg, de rest varieerde van goed gravel tot stenige en zanderige 'wegdek'. Het aantal kilometers 'wasbord' hebben we niet geteld, maar de billen vonden het af en toe te veel.

Ali is een prototype van een lelijke, moderne, Chinese stad in de 'middle of nowhere'. Maar Ali betekent voor ons ook onze eerste douche (warme) in drie weken. En goede restaurants en winkeltjes, alhoewel we onderweg ook een paar keer erg goed gegeten hebben wij truckstops. Maar Ali is eventjes een klein paradijs na al die dagen op de stoffige en bumpy weg.

Wij bezoeken ook de politie, geven onszelf aan en kopen een permit. We mogen nu legaal verder.

De kleren zijn naar de wasserij, alle andere spullen worden schoongemaakt en we kunnen hier nieuwe inkopen doen, zodat we fris aan het volgende gedeelte richting Lhasa kunnen beginnen.