Taiwan

Zhongli, 7 april 
Een laatste bericht uit Taiwan. Maandag vliegen we naar Japan en gaan we daar de boel verkennen. Maar wat een geweldige laatste periode hebben we nog gehad in Taiwan.
We hebben een oversteek gemaakt over het eiland net onder Taipei door. Heel veel haarspeldbochten, erg mooi. Ook erg populair bij motorrijders, die af en toe liggend in de bochten langs kwamen.
En daarna weer terug naar de andere kant: via Fuxing aan het Shimenreservoir naar Baling, door naar Minchi, Nanshan en Lishan. Echt dwars door het midden door allemaal ntauurparken. En jemig wat veel beesten en insecten: slangen, killer bijen, maar ook killer muggen: jemig wat een bulten en overal hoor je vogels en apen. Dit is ook een paradijs voor vogelaars.
Dit is een geweldig mooi gebied om te fietsen. Je moet wel van klimmen houden, want de dag naar Nanshan is voor ons de dag met de meeste klimmeters van deze reis.
Nanshan is het gebied van de kolen hier in Taiwan, je ziet allemaal groene bollen op de akkers, maar daarna volgen de bloesems richting Lishan: de kersenbloesem in bloei, maar ook de bloesems van de appels en peren.
Na Lishan volgt het hoogtepunt van Taiwan. Het nationale park Taroko met de Tarokokloof.
Nadat we bijna 7000 klimmeters gemaakt hebben, gaan we afdalen. En wat voor een afdaling. Zestig spectaculaire kilometers naar beneden. Geweldig! Eerst naar Tianxiang, waar we in een kerkje slapen. En dan nog 20 kilometer door de kloof. We zetten deze afdaling hoog op ons lijstje met mooiste afdalingen. Wat een geweldig stuk natuur.
Deze weg is in eerste instantie aangelegd door de Japanners als pad. De weg is later echt toch weg gemaakt en uitgebreid. Af en toe is de weg echter nog geen enkelbaans weg. Er zijn ook constant werkzaamheden aan deze weg. Op een paar trajecten maar je maar 10 minuten per uur passeren. Een groot deel van de weg is uitgehakt in de rots. Bij de aanleg van de eerste 20 kilometer zijn al 400 mensen gestorven.
Maar een fietser kan zich geen mooiere afdaling wensen! 3000 meter omlaag in 80 kilometer.

We rijden terug naar Hualien en Jiaoxi. Dan komen we er achter dat de Taiwanezen vijf dagen vakantie hebben. Een belangrijke feestdagen: de schoonmaakdag van de graven. Dat werd ook echt heel veel gedaan. Via een mooi stuk langs de kust en via een oude spoorlijn door een tunnel rijden we naar Fulong. Een erg steile weg (deze keer moest alleen ik van de fietsen en kon Jasper gewoon blijven rijden) brengt ons naar Ruifeng en Keelong. En we rijden dan via de Keelung-rivier Taipei in. Dat is een prettige manier om zo'n grote stad in te rijden. We vinden Taipei geen geweldige stad. En gisteren wilden we nog de bergen in fietsen, alleen het stond te regenen. We hadden geen zin in een nat pak en lieten dat idee maar varen.
En vandaag onze laatste fietsdag in Taiwan. Terug naar Zhongli, weer langs de rivier Taipei uit. Vandaag was onze koudste fietsdag hier, maar 18 graden!

Afgelopen periode ook wel aardbevingen gevoeld. Die gebeuren hier dus heel regelmatig. Na de aardbeving begin februari in Hualien, waarna dat plaatje met het scheefstaande hotel de wereld over ging, houden we het een beetje in de gaten, maar bijna dagelijks zijn hier aardbevingen, gelukkig richten de  meesten geen schade aan.

Nou, wij gaan morgen de fietsen weer pakken. En dan maandag het vliegtuig in. Tot vanuit Japan!
 
Jiaoxi, 28 maart
Groen, groener, groenst, zelden zoveel tinten groen gezien. Van theestruiken tot rijstvelden en van jasmijnbomen tot varens. En van alles aan bomen en struiken wat daar tussen hoort. Als je ook niet van de geur van jasmijn houdt, moet je zeker niet in het gebied rond Ruisui gaan reizen. Het ruikt daar net alsof er een hele grote zeepfabriek staat. 
Het binnenland is ook erg bergachtig en onbegaanbaar. Er waren drie oversteken over het eiland, maar twee daarvan liggen er permanent uit. Aardbevingen, tyfonen en aardverschuivingen doen zich hier met grote regelmaat voor. De wegen zijn daar niet tegen bestand. Het kan hier ook geweldig hard regenen. Het schijnt in Taipei ook elke twee uit drie dagen te regenen. Gelukkig hebben wij het dat nog niet zo vaak meegemaakt hier.
We zitten nog aan de oostkant van het eiland, maar we gaan morgen het binnenland in. De oostkant is echt heel veel mooier dan de westkant, vinden wij. Je kan veel dichter naar de bergen, er zijn meer kleine weggetjes te vinden en het is minder vol gebouwd.
De zuidelijke punt van het eiland is erg mooi. Kenting nationaal park is top. Er zijn geweldig mooie stranden waar je niemand ziet. Leuke dorpjes en mooie weggetjes, bijna zoals bospaden bij ons. Je ziet daar niemand en zeker geen andere fietsers. Af en toe ook steile weggetjes daar: voor het eerst deze reis de fiets moeten duwen.............zelfs Jasper, volgens hem omdat hij een inschattingsfoutje maakte.
Het weer is vaak wat minder goed aan deze oostelijke kant, hadden wij ook, gelukkig weinig regen, maar wel veel tegenwind. Doordat het vaker regent, is dit ook zeker het landbouw gebied van Taiwan. Het gebied rond Guanshan en Chishan wordt dan ook de rijstkom van Taiwan genoemd. We hebben hier trouwens ook nog geen slechte rijst gegeten, dat maken ze hier echt voortreffelijk klaar. Inmiddels zijn we bijna kenners 😊
Wat wel lekker is aan deze kant van het eiland zijn alle hotsprings. We hebben er in ieder geval drie bezocht, Zhibben, Ruisui, dat al door de Japanners werd aangelegd en Jiaoxi. Heerlijk om met spieren die moe zijn zo'n bad in te stappen. Lekker ontspannend.
De vorige keer schreef ik al dat ze hier ook aborigionals hebben. We zien hier ook mensen die je zo bij de Navajo voor een wigwam zet, die kunnen zo van de Indianen afstammen. De inheemse bevolking hier zie je ook nog vaak op betelnut kauwen. Een noot, dat wordt een soort van pruimtabak als daar op gekauwd wordt. De tanden en mond worden er helemaal rood van en er wordt een rode fluim uit getuft. In India en China zie je dit steeds minder, maar hier valt het ons dus op.
Wat andere dingen die ons opvallen: de weekeinden zijn hier heel druk. Iedereen trekt er dan op uit. Voor de Taiwanezen is de huidskleur echt een obsessie. Je moet echt zo wit mogelijk blijven. Fietsers en sporters zijn dus ook compleet bedekt. Een mevrouw in een guesthouse die zag mijn bruine handen en die raakte nog net niet in shock. Dat kon toch echt niet!
En dan zijn er nog de 7-11's, een Japanse winkelketen van conveniencestores. Die zijn er in zo ongeveer alle plaatsen. Je kunt er ook van alles doen: je bloeddruk opmeten, je gasrekening betalen tot een magnetronmaaltijd eten. In enkele kleine dorpen waar geen restaurantje was, hebben wij daar ook gebruik van gemaakt: een heerlijke 'k-tsjing'-maaltijd, zoals we die noemen. 
We gaan nog even verder over Taiwan, voordat we in april naar Japan vliegen.

Linbian, 18 maart
We zijn nu een week aan het fietsen op Taiwan. Ik heb mijn beeld van Taiwan toch echt wel moeten bijstellen. Mijn idee was heel modern, eigentijds, veel nieuwbouw en hip. Nou, dat is echt niet het geval. Misschien Taipei wel, daar zijn we niet geweest, maar wat wij tot nu toe zien is heel anders. Heel veel gebouwen zijn echt oud, maar wel goed onderhouden. Ziet er ook allemaal schoon uit. Wat we ook zien is dat het dan wel modern is, maar dat ze zeker ook vasthouden aan tradities.
Wij vinden het ook helemaal niet op China lijken. Oke, de mensen spreken Chinees, maar de mentaliteit is geheel anders. Taiwanezen zijn veel opener, veel toegankelijker, heel behulpzaam en ze spreken ook veel beter Engels.
Ze zijn ook heel beleefd, meer structuur en orde, mensen staan bijvoorbeeld te wachten in een rij zonder voor te dringen. Misschien zijn die zaken nog gebleven vanuit de tijd van de Japanse overheersing.
Dan het fietsen op Taiwan. De overheid promoot dat ontzettend. En de afgelopen jaren is het populair geworden om een rondje Taiwan te rijden. Nou, daar doe je ons geen plezier mee. Dat rondje gaat aan de westkant geheel door stedelijk gebied. En het is daar echt alleen maar beton. Er zijn 24 miljoen Taiwanezen hier en die leven in een gebied zo groot als Nederland, alleen is hier het middendeel van het land te bergachtig. En driekwart van de inwoners woont aan de westkant of in het noorden.
Het rondje is ook zeker niet opgezet om een mooie route te rijden, maar vooral om rond het eiland te rijden volgens ons.
Als je even de bergen in gaat, dan hoef je nog niet eens hoog, dan kom je al in heel mooie gebieden, zoals het Shimen-reservoir, het Sun-Moon-meer en de koffieroute. In ieder geval ben je heel snel wel van alle drukte en de dichte bebouwing. Dan is het gelijk heel groen, dichte bebossing en nu de kersenbloesem. Ja, die willen we ook in Japan gaan bekijken, maar hier staat die ook al in bloei.
Er is wel meer wat ze hier van de Japanners hebben overgenomen: de love-hotels. In Hsinchu konden we geen betaalbare plek vinden om 16 uur in de middag. Iedereen wilde die zondag waarschijnlijk op een rustige plek sex hebben ofzo, want de 'per uur' hotels zaten allemaal vol en als je een nacht wilde blijven, moest je na 20 uur terug komen.
En via Taichung zijn we via binnendoor weggetjes naar het Sun-Moon meer gereden. Een mooi gebied. Rondom het meer is het toeristisch, maar als je een rondje om het meer fietst, kom je niet heel veel mensen meer tegen. Behalve de Tour de Taiwan, die draaide die dag ook net een rondje om het meer. Die konden we toch niet bijhouden 😊.
In het binnenland wonen ook nog veel aborigionals: Hakka, Thao, Bunun, deze nazaten zien er ook nog veel Indiaanser uit. Er zijn niet veel oorspronkelijke aborigionals meer, maar ze zijn er toch nog wel.
Dan het eten hier, niet onbelangrijk. Dat is eenvoudig, maar wel goed. Het is smakelijk, heeft veel invloeden uit China, maar ook uit Japan en Korea. Het is niet zo uitgesproken en pittig als het eten in China, maar we eten hier lekker.
Wat ze hier in Taiwan wel hebben overgenomen van de Chinezen of misschien wel omdat die het grootste deel van de toeristen vormen, is dat ze alles, maar dan ook echt alles, scenic noemn. Tja, misschien zijn we verwend........ Maar we hebben echt mooiere wetlands en kustlijnen gezien, zelfs mooiere koffieplantages.
Ze hebben hier wel ook echt een koffiecultuur trouwens, dat wordt hier echt ook veel gedronken.
Wat wel jammer is, is dat sommig routes over het eiland die van oost naar west lopen (en ook anders om dus) niet te rijden zijn. De typhoon uit 2009 heeft toen heel veel schade aangericht. En deze routes zijn nog steeds niet geheel hersteld.
Wij rijden morgen de zuidelijke punt van Taiwan in. Wordt vervolgd.