Vietnam

Sam Son, 8 januari
Poesie miauw, kom eens gauw, dan maak ik een lekker potje van  jou....
We zeggen altijd dat de Chinezen alles eten, maar de Vietnamezen doen dat ook zeker. We rijden nu door een gebied waar de poezen niet veilig zijn, er wordt heel veel poezen-hotpot aangeboden: lau meo. Ook honden, paarden, krokodil, kuikentjes en natuurlijk de nog ongeboren kuikens in het ei, het komt hier allemaal regelmatig voorbij. Voordeel is dat deze wel bij specifieke restaurants worden aangeboden, die daar dan ruim mee afficheren, dus je hoeft je niet te vergissen. Hond wordt slecht een helft van de maand gegeten, bij wassende maan volgens mij (of precies andersom), maar de andere heflt van de maand brengt het ongeluk om hond te eten.
Stichting Wakker Dier zou hier nog een zware klus hebben.
Het slachten en plukken gebeurt ook gewoon langs de kant van de weg, maar alles van het beest wordt ook gebruikt. En wat fijn is, ze leggen vaak de kop langs het vlees, zodat je wel weet van welk dier het afkomstig is 😊.
We zijn een paar dagen in Hanoi gebleven. Hadden een goed Japans hotel op aanraden van vrienden. Extra fijn die verwarmde wc-bril, maar vooral de wasmachine was erg prettig. Na een paar maanden 'niet schoon, toch fris'-wasjes konden sommige kledingstukken wel een wat grondigere wasbeurt gebruiken. De machine heeft dan ook wat overuren gemaakt.
In Hanoi hebben we niet heel veel gedaan. Lekkere koffie gedronken, keertje wat andere dingen gegeten, zoals Thai en Indiaas en gewoon lekker op terrasjes gezeten.
De Vietnamese keuken is zeker niet verkeerd, maar de pho (noedelsoep) en bun cha (ook met noedels) zijn niet heel uitgesproken van smaak en ze worden toch wat saaier. Af en toe vinden we hele goede rijstmaaltijden, maar ze gebruiken gewoon veel minder specerijen dan bijvoorbeeld de Chinezen en de Thai. En wij hebben toch wel een voorliefde voor wat uitgesproken smaken......... Maar we eten zeker niet slecht hoor!
Vanuit Hanoi zijn we naar Ninh Binh gereden, Tam Coc, een mooi gebied tussen karstbergen. Dat bleek toch een stuk toeristischer te zijn dan verwacht. En in de Lonely Planet staat dat het een ideale plek is om fietsen te huren. Natuurlijk dachten wij ook, doen we, origineel plan, maar we zijn de hele reis nog niet zo veel fietsers tegen gekomen als daar. En vandaag zijn we naar de kust gereden. Sam Son, mooi strand, alleen hebben we westerstorm ofzo, we waaien uit ons vel in ieder geval, maar wel lekker rustig. Dat is best een keer fijn. We dachten dat de Chinezen veel kabaal maakten, maar de Vietnamezen kunnen dat nog veel beter. Groot voordeel is dat het geen nachtbrakers zijn en dat het zelden na 10 uur 's avonds doorgaat. De karaokebarretjes zijn hier populair en meestal heel erg open en lang  niet iedereen kan even goed zingen, dus wij zijn wel blij dat het meestal vroeger ophoudt.
We gaan nu verder richting Vinh. Daar beslissen we wat we gaan doen, verder naar Hue of toch richting Laos. Laos is veel droger en zonniger. En aangezien we al twee weken in een compleet bewolkte grijze wereld fietsen en de vooruitzichten zijn dat de zon hier in Vietnam voorlopig nog even op zich laat wachten, denk ik dat Laos de voorkeur krijgt. Jullie horen het!
 
Hai Phong, 31 december
Op de valreep van 2017 nog een verhaaltje. Het is al weer even terug dat we uit Hanoi vertrokken zijn, maar morgen rijden we daar weer naar toe.
We hebben een geweldig mooi stuk van Vietnam gezien. We zien het zelf als een van de mooiste plekken om te fietsen hier in zuid-oost Azie. Zeker niet altijd makkelijk, heel veel klimmen (en dalen) en vooral ook af en toe heel steil klimmen, maar qua natuur geweldig.
Vanuit Hanoi zijn we eerst weer bijna naar de Chinese grens gereden. De eerste twee dagen nog vlak, beetje saai rijden, maar wel over allemaal kleine weggetjes, dus relatief rustig. Daarna begon de weg over wat bergen te lopen.
En waar Sapa dan de afslag naar links is (waar we dus al gereden hadden), is Bac Ha de afslag naar rechts. Deze afslag namen we deze keer.
En we mochten direct weer omhoog. Bac Ha is klein, vooral bekend  om de zondagmarkt. Wij vonden het niet zo'n leuk plaatsje. De omgeving is wel geweldig. De dag erna was het verder omhoog, maar ook weer naar beneden en zo ging het door tot twee dagen later in Ha Giang. Dat was een leuke plaats. Niet heel groot, maar heel relaxed, niet al te veel te doen, maar mooi om een rustdag te houden voordat we het deel gingen fietsen wat echt geweldig moest zijn. Dat werd het ook!
Maar in Ha Giang moesten we ook nog de permit regelen om in dat gebied te mogen slapen. Dat is niet meer dan een formaliteit die permit, maar anders kom je blijkbaar geen hotel in.
De benen hadden die vijf dagen fiks te werken, maar wat een omgeving. Zeldzaam mooi, allemaal karstgebergte. Dorpjes die in valleien tussen de karst liggen, zoals Tam Son. Je klimt naar 1500 meter, daalt weer honderden meters en de dag erop mag je er weer uit klimmen, af en toe zeldzaam steil, maar we hebben geen een keer hoeven duwen, dus ach. Het aantal haarspeldbochten hebben we ook maar niet bijgehouden.
Deze route is ook heel populair bij brommerrijders, zowel buitenlanders als Vietnamezen zelf. Blijkbaar heeft Topgear hier een keertje op de motor rondgereden.
Maar we zijn geen andere fietsers tegen gekomen, echt apart, want het is een geweldig mooi gebied. Een van de mooiste stukken is de Ma Pli Leng pas, qua pas helemaal niet zwaar, maar de uitzichten zijn spectaculair. De pas is grotendeels in de berghelling uitgehakt, daar zijn ze elf jaar mee bezig geweest.
Die vijf dagen hebben we 7300 hoogtemeters gemaakt, dat komt toch niet vaak voor. In Bao Lac hadden we geluk, daar was 's ochtends een speciale markt bezig. Allerlei minderheden, zoals de Hmong en Yai kwamen daar op af. Onderweg hadden we ook al een keertje ook al een keertje mazzel met zo'n markt. Onderweg ook nog een paleis van een Hmong-heerser bezocht, erg mooi gebouw.
Na al die natuurpracht werd het toch wat minder spectaculair. Via Cao Bang zijn we naar Lang Son gereden en van daar naar de kust. Het weer zat deze dagen niet echt mee. En we dachten het steenkoolmijngebied al gehad te hebben, maar de dag naar Halong waren compleet bedekt met een derrie van natte steenkoolstof. Erg hardnekkig kan ik vertellen.
Vanuit Halong hebben we de ferry naar Cat Ba genomen, een eilandje in de baai daar. Ineens veel toeristen, veel Chinezen en Koreanen, maar ook westerlingen. Wel te begrijpen, want het is mooi. Maar in het hoogseizoen zouden we daar niet willen zijn.
Vandaag dus Hai Phong en morgen naar de luxe van Hanoi.
 
Hanoi, 7 december
En met 5000 kilometer op de teller rijden we Hanoi in. Een drukke, levendige stad. We hadden al veel gehoord over de drukte, er rijden inderdaad heel veel brommertjes, maar zolang je met de stroom mee rijdt, valt het allemaal wel mee. Wij vinden Hanoi een geweldige stad. Ontzettend levendig, er gebeurt veel op straat en er is heel veel te zien. Maar ik begin het verhaal eventjes twee weken terug.
De grensovergang vanuit Hekou ging simpel. De Chinese officieren hier konden zelfs  lachen. Ze begeleidden ons helemaal langs alle stempel- en controleposten en alles met een glimlach. Misschien zijn ze wel blij dat ze van deze toeristen af zijn.
Vietnam in ging net zo makkelijk. En direct in Lao Cai merk je al dat je in een andere wereld beland bent. Wij gingen die dag direct door naar Sapa. Een klim omhoog naar een dikke 1500 meter. We reden de mist in, dat was jammer, maar wat we zagen van het uitzicht tussen de mistflarden door, was erg mooi.
Sapa vonden wij niet heel geweldig. Erg veel toeristen, maar ook als plaatsje waren wij er niet weg van. Toch even daar gebleven, om wat te wennen aan Vietnam. Die twee dagen hebben we veel in de mist gelopen, daar staat Sapa ook wel bekend om. Maar toen, wat een mazzel: wij vertrokken op de fiets richting de hoogste pas van Vietnam: de Tram Tom en het was helemaal helder.Geweldig uitzicht op de hoogste berg, de Fansipan. Een super mooie fietsdag. Eerst een klim naar de top en daarna een mooie afdaling door het groen. Deze omgeving is echt geweldig. Steile bergen, veel op en neer, best zwaar fietsen af en toe, maar heel erg groen. Allerlei soorten bomen, veel bamboe, veel koffie- en theeplantages. Je gaat van 200 meter omhoog naar 1200, weer naar beneden, terug omhoog en zo blijft het doorgaan.
Via Than Uyen rijden we langs een mooi reservoir. En we rijden langs rivieren, mooi!
De dorpjes onderweg zijn niet geweldig. Het eten is ook niet super, heel simpel, maar zo eten ze hier zelf ook. Dit is niet het rijkste gebied. Veel dorpjes zijn nieuw, bijvoorbeeld na een verplaatsing van een ander dorp vanwege de bouw van een dam of uitbreiding van een plaats. Het leeft meestal niet echt.
Via Son La en nog wat dorpjes komen we in Mai Chau, dat is het eerste dorpje dat we echt leuk vinden. Ligt in een mooi vallei, afdaling er in en klim eruit. Omgeven door rijstvelden. Dit is weer een echt dorpje, hier wordt gewoon geleefd. Ook de plaats daarna Hoa Binh is leuk, ligt aan een rivier, smalle straatjes, oude gebouwen, veel groen. Dit heeft sfeer. En vanuit Hoa Binh rijden we door het laatste gedeelte van de karstbergen  voordat we de vlakte van Hanoi op rijden.
Hanoi vinden we dus echt tof. Het eten is hier geweldig, overal straatstalletjes, heerlijke koffie bij leuke tentjes en vooral het straatleven en de mensen bekijken. Super.
De mensen vinden wij hier over het algemeen heel erg vriendelijk. Ze spreken vaak wel iets Engels, dat maakt de communicatie toch wel wat makkelijker. 
We vertrekken hier zaterdag weer, maar we komen hier weer terug, want we gaan nu in het noordoosten een rondje fietsen. Zeg maar langs de grens met China. Daar liggen een paar hele mooie passen, zoals de Ma Phi leng pas, die willen we graag fietsen.