Kirgizië
30 augustus: Afscheid genomen van Kirgizië
Nadat we in Nederland genoten hebben van het even thuis zijn en het zien van familie en enkele vrienden (sorry, maar we waren maar eventjes in Nederland, dus we konden niet iedereen bezoeken), zijn we 20 augustus weer in Bishkek gearriveerd. Die dag is vooral opgegaan aan bijkomen van de jetlag. De dag erna zijn we weer op de fiets gestapt. Eerst hebben we een taxi genomen richting Kochkor en daar zijn we 's middags gaan fietsen. We hebben toen zo'n 50 kilometer naar de afslag naar de zomerweg naar Song Kul gefietst. Song Kul is een groot, hoog gelegen meer. Dat het hooggelegen was, merkten we de volgende dag. Er volgde namelijk een pittige klim naar zo'n 3300 m. We merkten dat de dagen in Nederland niet veel goeds hadden gedaan voor de acclimatisatie. Dat was hijgen en puffen op weg naar boven. Nu was de weg ook erg steil, sommige stukken waren 12 tot 14%. We waren bijna boven toen er een kudde yaks overstak en op de weg kwam lopen. Dat maakte het laatste stuk makkelijker, want we konden nu gewoon niet snel fietsen achter die kudde aan. En toen waren we op de top en zagen we het meer. Het meer zag er uit de verte mooier uit dan van dichtbij. We hebben nog geprobeerd om dicht bij het meer te komen om daar te tent op te zetten, maar we waren even vergeten dat je hier zo ontzettend ver kunt kijken. Na een uur lopen (er was niet te fietsen) kwam het meer nog niet dichterbij. Toen hebben we het maar opgegeven.
De dag erna zijn we via de winterroute het gebied uitgefietst. We dachten dat dat een makkelijke fietsdag zou zijn, namelijk vooral afdalen. Maar we bleken nog wel enkele bulten te moeten beklimmen. De weg was ook slecht. Maar de vallei was hier erg mooi.
De dag erna zijn we naar Naryn gefietst. Daar hadden we afgesproken met een ander stel Nederlandse fietsers: Leonie en Andre. We hadden afgesproken om samen de Torugart over te gaan richting China. Aan de Chinese zijde mag je het eerste stuk namelijk niet fietsen en moet je vervoer regelen. En voor de Kirgische kant moet je ook een speciale permit hebben. Zij hadden alles voor ons vieren geregeld, geweldig! We mochten nu tot de Chinese grens fietsen. De dag erna zijn we dan ook op pad gegaan.
We fietsten niet met zijn vieren, maar we kwamen elkaar steeds tegen en we kampeerden ook samen. Dat was wel erg gezellig.
Deze dag lag er nog asfalt, was de klim makkelijk, een vrij makkelijke fietsdag dus. We belandden die dag in Kara Suu, daar was een 'internationaal' festival bezig. Het was er heel druk, heel gezellig. Er stonden allemaal yurts waar je gratis kon eten. Er werd gezongen en gedanst en 's avonds was er vuurwerk. Helaas hebben we de paardenraces niet gezien.
Er zou daar ook een guesthouse moeten zijn, maar dat hebben we niet gevonden. Wel aan tig personen gevraagd, maar we werden van hot naar het gestuurd. Dan toch maar kamperen.
De dag erna volgde een lange klim, een dikke 60 kilometer langzaam klimmen over een vrij slecht wegdek. We hadden geluk dat het zondag was en dat er niet al te veel vrachtverkeer was, dus het stofhappen viel erg mee. En toen waren we bij de buitenste grenspost, bijna bij de grens..............
De dag erna volgde er nog een pas van 3575 meter, maar die was niet zwaar. We vonden die dag wel een geweldig mooi kampeerspot aan een meer. We zijn toen wat vroeger gestopt dan gepland, want die plek was super. De dag erna stonden we vroeg op, want we moesten op tijd bij de grens zijn, omdat het vervoer daar klaar zou staan. Nou, dat vroege opstaan had niet echt gehoeven, maar we waren nu in ieder geval op tijd. Een exit-stempel gehaald en toen mochten we de Torugartpas op klimmen, 3750 m, naar de Chinese grens.
Ja, we zijn weer in China! Ni hao, Zhongguo!
Boven op de pas moesten we wachten op de bus. Er was namelijk een grote bus geregeld, want al die fietsen en bagage gaan niet zo maar overal in. Alles past en toen op weg naar de grenspost. Na een uur hobbelen over wasbord, waren we daar.
Alles ging daar netjes en geordend, alle bagage door een scan, onze temperatuur werd gemeten in verband met SARS. Gelukkig waren we allemaal 'koel' genoeg en mochten we door. Nog een uurtje naar Kashgar................. Helaas, een grote modder- en waterstroom gooide roet in het eten. Niets kon passeren. We zagen onszelf al een nacht in de bus doorbrengen, maar dat hoefde gelukkig niet. Na een uur of twee was de modderstroom zodanig afgenomen dat de eerste trucks en vrachtwagens er over heen konden. Wij konden al snel volgen. En even later waren we dan toch in Kashgar. De eerste avond terug in China konden we gelijk al genieten van het lekkere eten daar. Hier hadden we toch wel naar uit gekeken!
Nu is het even genieten van Kashgar, de fietsen oplappen, inkopen doen. Zondag gaan we nog naar de zondagmarkt. En maandag willen we vertrekken voor ons eerste deel richting Tibet! Spannend!
Jullie horen over een paar weken meer, want de mailmogelijkheden zijn vrij schaars op weg naar Lhasa.
13 augustus: Eventjes terug
De eerste paar dagen fietsen na Osh waren makkelijk. Relatief korte dagen en vrij vlak. In dit gebied wonen ook veel Oezbeken. We hebben dus een paar makkelijke inrijdagen. De omgeving wordt weer mooi als we van de Oezbeekse grens afwijken. We rijden dan een smalle gorge in en er komen weer bergen te voorschijn. Rondom Togtokul wordt het weer echt mooi. Bergen en meren, die combinatie blijken wij toch elke keer weer erg mooi te vinden. Na Togtokul volgt een lange klim, van 800 naar 3200 meter. Een 70 kilometer lange klim. Vooral het laatste stuk vinden we interessant; veel yurts en nomaden, overal is honing en kymys (gefermenteerde paardenmelk, nee, hebben we nog niet geprobeerd) te koop. We rijden tot aan de afslag naar de Suusamyr-vallei. Daar nemen we een lift richting Bishkek. Daar wilden we in eerste instantie niet naartoe, maar onze brander doet het niet meer, Jaspers zonnebril op sterkte is kapot en onze kilometerteller is niet meer af te lezen. We hebben geprobeerd deze dingen onderweg op te lossen, maar dat ging niet. Dan dus toch maar even naar de hoofdstad.
We komen daar in het 'Krokus'-guesthouse. Daar hebben ze allemaal dingen uit Nederland: Delfts blauw, klompen, een pentekening van de Brouwersgracht. De mensen spreken ook nog wat Nederlands spreken, erg grappig. Ze blijken een dochter te hebben die in Amsterdam woont.
Bishkek is een erg moderne stad. Er is heel veel te krijgen. Helaas geen brander, maar wel een nieuwe bril en een kilometerteller. Nadat we een paar dagen aan het regelen zijn geweest, gaan we terug naar Suusamyr. We rijden daar enkele dagen in een ontzettend mooie, groene vallei. De mensen in de vallei zijn over het algemeen heel sympathiek.
Op een of andere manier zijn wij toch wat minder onder de indruk van de mensen in Kirgizië. Misschien waren onze verwachtingen te hoog na alle verhalen die we gehoord hebben. De mensen in Tadjikistan waren natuurlijk ook wel super, dus we vergelijken ook, misschien ook niet helemaal eerlijk. Maar we hebben ook regelmatig aanvaringen met dronken mensen. Het lijkt wel of ze altijd Jasper moeten hebben en uitzoeken om tegen te gaan vervelen, dat is echt minder leuk.
Ondertussen krijgt Ilse toch wel heimwee. Dat is ook minder. Nadat we Kochkor hebben bereikt, besluiten we te proberen om even terug te gaan naar Nederland. We vertrekken daarom weer richting Bishkek. We gaan daar naar een reisbureau en blijken de volgende dag al op het vliegtuig richting Amsterdam te kunnen stappen. Dat doen we dan ook.
We zijn nu dan ook eventjes 'op vakantie' in eigen land. En we zitten hier all inclusive, lekker luxe, bij de ouders. Genieten, mensen zien en bijpraten, dat doen we de komende dagen nog even.
Daarna gaan we weer naar Bishkek om daar op de fiets te stappen richting China. Daar zal het volgende bericht dan waarschijnlijk ook wel vandaan komen.
23 juli: Ons zevende land
We wilden ineens doorrijden naar de grens en de eerste plaats in Kirgizie. Het slechte weer van de dagen ervoor had voor heel wat sneeuw en regen gezorgd. We waren goed op weg door de blubber en de klei. Toen stond daar ineens een busje dat ons twee uur eerder bij grens gepasseerd was: er was een modderlawine naar beneden gekomen. OEPS.
En terwijl we daar stonden, kwam er nog een enorme stroom water met modder en enorme keien en rotsblokken naar beneden. Dat was indrukwekkend.
Maar daar konden we dus niet overheen. Je zakte tot aan de bovenbenen in de modder weg. Ze probeerden met een vrachtwagen een weg er door te banen, maar die kwam ook steeds vast te zitten. Dit duurde al een paar uur en het begon inmiddels te regenen. Wij besloten toen daar ergens onze tent op te zetten en dan 's ochtends vroeg een poging te wagen om er over te komen. 's Ochtends zijn de waterstromen ook altijd minder sterk, omdat er overdag door de zon meer smeltwater is.
De volgende ochtend slaagden we erin over de modderpartij te komen. Jasper heeft alles er overheen getild. En Ilse er achter aan (en die slaagde er nog in om meer onder de modder te zitten dan Jasper).
Daarna werd de weg wat beter tot de volgende hindernis: een diepe rivier waar de brug was weg geslagen en die we dus zo over moesten steken. Dat kostte wel eventjes tijd, maar ook hier kwamen we goed overheen. En twee kilometer later waren we eindelijk officieel in ons zevende land: Kirgizie.
Het zag er gelijk heel anders uit. De heuvels zijn groener, er grazen veel kuddes vee: yaks, paarden, geiten, schapen en ezels. En waar je ook keek in de vallei, overal stonden yurts.
Het eerste plaatsje, Sary Tash, gaf ons geen geweldige indruk. Het leek wel of de mensen hier overleven op alcohol, bier en wodka. Erg veel dronken mensen daar in ieder geval en ook alleen cafes en geen restaurants. Dat viel even tegen, want we hoopten hier eindelijk weer een keer goed te kunnen eten. Maar 's avonds moesten we gewoon de brander weer aansteken, want we konden alleen eieren met brood krijgen, haha. En natuurlijk ook meloenen, meloenen te over hier.
Vanuit Sary Tash zijn we in twee dagen naar Osh gefietst. Dit is de tweede stad van Kirgizie. Een grote stad, alle voorzieningen zijn hier weer. Dus hier kunnen we weer lekker eten, internetten, telefoneren en alle andere zaken.
Morgen rijden we verder Kirgizie in. Jullie horen wel weer van ons.
|